Genetisch

Originele titel artikel: DUX4 recruits p300/CBP through its C-terminus and induces global H3K27 acetylation changes.

Onderwerp: Hoe de DUX4 als transcriptiefactor andere genen reguleert

Voor de bespreking van DUX4 als transcriptiefactor, is het eerst belangrijk te vermelden wat een transcriptiefactor is. Een transcriptiefactor is een factor dat betrokken is bij de omzetting van DNA naar RNA. Dit RNA dient vervolgens als basis voor de omzetting van het RNA naar eiwitten. Het op een andere plaats, ook wel het verkeerd, tot uiting komen van DUX4 als transcriptiefactor is betrokken bij het ontwikkelen van het ziektebeeld van FSHD. De exacte mechanismen van DUX4 hierachter zijn momenteel echter nog onduidelijk. Met het gebruik van DUX4-geïnduceerde onsterflijke menselijke spiercellen, hebben Choi et al. van het Lillehei Heart instituut een interactie gevonden tussen het C-uiteinde (uiteinde van een molecuul waar de aanmaak van eiwitten stopt) van het DUX4 molecuul en histone acetyltransferase p300/CBP (histonacetyltransferasen zijn stoffen die betrokken zijn om andere moleculen/genen ‘aan’ te zetten, tegenhanger van methyllering). Dit hebben ze gedaan met behulp van massaspectrometrie, een techniek die gebruikt kan worden om bepaalde moleculen te identificeren en kwantificeren.

Het mechanisme van DUX4 lijkt als volgt te werken: DUX4 haalt p300, het stofje dat andere moleculen kan aanzetten, naar zijn doelgen, ZSCAN4. Daarnaast verwijdert DUX4 het histon H3 van het centrum van zijn bindingsplaats. Door het verwijderen van DUX4 hebben de chromatidenstrengen, de DNA-strengen binnen elke lichaamscel, een verlies van structuur. Verder zorgt het ervoor dat H3K27Ac wordt verhoogd, welke zorgt voor meer transcriptie en dus het aflezen van het DNA. Belangrijk daarbij gevonden werd dat die processen allemaal niet optraden wanneer de DUX4 C-terminus verwijderd werd. Hiermee werd het belang van deze C-terminus bevestigd.

Het DUX4 gen, welke beschikking heeft over de C-terminus, is transcriptioneel functioneel en cytotoxisch (giftig/schadelijk voor cellen). Het meer tot uitdrukking komen van deze C-terminus vermindert de mogelijkheid van DUX4 om een interactie aan te gaan met p300 en om andere genen te reguleren. Daarnaast werden er twee klassen van loci (plaatsen waar een gen op een chromosoom zit) gevonden: DNase toegankelijke H3K27Ac-rijke chromatine en niet-toegankelijke H3K27Ac-verminderde MALR-verrijkte chromatine. Deze laatste is belangrijk als eerste factor om H3K27 acetyltransferase activiteit te verhogen en de locus te openen voor transcriptie. Opvallend daarbij is dat lokaal de H3K27Ac pieken verhoogd zijn, terwijl op plekken verder weg deze pieken lager zijn. Daarbij is bevestigd dat DUX4 zijn C-terminus gebruikt om globale reorganisatie van H3K27 acetylatie (aan zetten) te veroorzaken. Hiermee is weer een deel van het mechanisme waarop DUX4 werkt uitgelegd, wat relevant is omdat dit nog steeds niet helemaal opgehelderd is.

Klinisch

Originele titel artikel: Quantitative MRI reveals decelerated fatty infiltration in muscles of active FSHD patients.

Onderwerp: Onderzoek uit Nijmegen, waarbij patiënten een tijd zijn gevolgd en waarbij de vervetting van spierweefsel (mate van omzetting spierweefsel in vetweefsel) in verschillende spiergroepen is bijgehouden met de hulp van MRI-scanners.

Gedurende deze studie van Janssen et al. van de Universiteit van Nijmegen werd als doel gesteld om de effecten van fysieke training en cognitieve-gedragstherapie te bekijken op een toename in de dagelijkse fysieke activiteit, op de voortgang van de vet infiltratie en de mate van vochtophoping in de skeletspieren in FSHD type 1 patiënten. Dit werd getest met type 2 MRI-scanners. Van de 31 patiënten kregen dertien mensen de standaard zorg, ontvingen negen mensen de fysieke training en kregen negen andere mensen de cognitieve-gedragstherapie. Fracties van de spieren werden zowel vooraf als achteraf bekeken en statistisch geanalyseerd. Gevonden werd dat de MRI-scanners valide reproduceerbare metingen konden geven en dat vet fracties, afkomstig van MRI-scanners, goed gebruikt konden worden als een sensitieve biomarker om de effecten van een verhoogde fysieke activiteit in individuele spieren te meten. Daarnaast nam de fractie (deel) van vet infiltratie 6.7 per jaar toe in de groep van de standaard zorg, maar nam dit af met 2,9 per jaar in de groep met fysieke training en met 1,7 per jaar in de groep van de cognitieve gedragstherapie (vergeleken met de 6.7). Wel werden verschillen gevonden tussen diverse individuele spieren. Verder werden minder nieuwe vochtophopingen gevonden na therapie. In conclusie kon worden gezegd dat er een voordelig effect is van fysieke training en cognitieve gedragstherapie op de spierafbraak in FSHD, gereflecteerd in een afgenomen vetvervanging en -infiltratie.

15e Rotary Rally - Zaterdag 16 september

De Rotary Rally is een gezellige en sportieve puzzelrit waaraan deelgenomen kan worden met een 'gewone' auto in de Tourklasse of met een 'classic car... Lees meer

CABARETIERS HALEN TON OP VOOR SPIERZIEKTE FSHD

Uitreiking bij voorstelling in Carre. Na maanden van voorbereiding was ‘Het Lachspierbal’ een feit: Op donderdagavond 14 september gaf Ronald Snijders samen met Mike Boddé, Dolf... Lees meer

ZONDER REGISTRATIE
GEEN MEDICIJN

Registreer u hier