Genetisch

Neuromuscular electrical stimulation promotes development in mice of mature human muscle from immortalized human myoblasts.

Om de ziekteprocessen in spierziekten zoals FSHD in mensen te begrijpen, is het van groot belang dat in eerste instantie het onderzoek plaatsvindt in dierenmodellen. Resultaten uit dit soort onderzoeken leveren namelijk belangrijke en bruikbare informatie op, waardoor het onderzoek bij mensen met FSHD sneller kan verlopen. Sakellariou et al. van de universiteit van Baltimore onderzochten het vermogen van menselijke voorlopers van spiercellen om uiteindelijk uit te groeien tot volwassen spiervezels, geïmplanteerd in de achterpoten van niet-obese diabetische immunodeficiënte (geen werkend afweersysteem) muizen. Uit het onderzoek kwam naar voren dat deze cellen na implantatie inderdaad konden uitgroeien tot volwassen spiervezels en dat neuromusculaire elektrische stimulatie zorgde voor een vergroot effect op de ontwikkeling van volwassen vezels in deze muizen: de stimulatie zorgde zowel voor een vergroting van het aantal menselijke spiervezels als ook de grootte van deze vezels. De menselijke spiervezels waren volledig gedifferentieerd (gevormd tot spiercellen). Belangrijk te noteren is dat deze spiervezels niet contamineerden met de spiervezels van de muizen waarin de cellen geïnjecteerd waren. Hiermee lijkt dus een belangrijk positief effect aantoonbaar gemaakt te zijn voor het vergrootte resultaat in menselijke spiercellen na neuromusculaire stimulatie. Ondanks dat nog veel onderzoek noodzakelijk is, kan deze vorm van stimulatie in de toekomst misschien dus een rol gaan spelen in therapeutische bestrijding van FSHD in mensen.

Facioscapulohumeral dystrophy myoblasts efficiently repair moderate levels of oxidative DNA damage.

Bij mensen met FSHD laten spiercellen een veranderde expressie zien van genen die gerelateerd zijn aan oxidatieve stress (vorming van reactieve zuurstofverbindingen die voor schade aan de cel kunnen zorgen), waardoor ze hier vatbaarder voor worden. Door het gegeven dat het DUX4 gen meer tot uitdrukking komt bij FSHD-patiënten in vergelijking met niet-FSHD-patiënten, wordt er disproportioneel meer DUX4 eiwit geproduceerd. Dit leidt tot dysregulatie van genen die bij de redoxreactie (uitwisseling van elektronen voor de vorming van oxidatieve stress) betrokken zijn. Bou Saada et al. van de universiteit van Parijs hebben onderzocht wat de effectiviteit is van DNA herstel na schade van het DNA door de oxidatieve stress in FSHD patiënten. Gezien werd tijdens het onderzoek dat gemiddelde doses van een oxidant efficiënt hersteld konden worden door de DNA herstel mechanismen in spiercellen van FSHD-patiënten, terwijl langdurige (24 uur) blootstellingen van oxidanten zorgden voor meer DNA schade in deze FSHD-spiercellen in vergelijking met de normale spiercellen. Dit laat zien dat FSHD spiercellen meer kwetsbaar blijken te zijn voor oxidatieve stress op hoge levels / doses van de oxidanten en dat een FSHD cel dus op de lange termijn niet meer goed kan compenseren voor de oxidatieve stress en DNA schade.

Allele-specific DNA hypomethylation characterises FSHD1 and FSHD2.

FSHD is geassocieerd met epigenetische (manier van tot uitdrukking komen van DNA) defecten. Voor beide vormen van FSHD, welke klinisch van elkaar te onderscheiden zijn, geldt dat er sprake is van DZ4Z DNA hypomethylatie (het minder uitzetten van DZ4Z, waardoor meer vorming van het DUX4 eiwit plaatsvindt) hetgeen tot stand gekomen is door genetische defecten. Dit voorbeeld van hypomethylatie leidt tot een verstoorde tot uitdrukking komen van het DUX4 eiwit en zorgt voor het verkeerd vormen van deze eiwitten in de skeletspieren bij FSHD-patiënten. Doordat er op dit moment nog geen diagnostisch middel beschikbaar is voor het meten van deze hypomethylatie, hebben Calandra et al van de universiteit van Rome de DNA hypomethylatie levels in het distale (meest verre van het centrum af) deel van de DZ4Z regio onderzocht met behulp van bisulfiet sequencing om te bekijken of een bepaald segment van die regio geschikt zou kunnen zijn als diagnostische marker. Uit het onderzoek is gebleken dat er een significant verschil is gevonden in de methylatie levels tussen FSHD1 en FSHD2 patiënten enerzijds en gezonde controles anderzijds. Een CpG eiland / gebied (belangrijke gebieden voor de epigenetica, gebieden waar veel methylatie (“het uitzetten”) plaatsvindt), namelijk CpG6, kan discrimineren tussen deze aangedane FSHD-patiënten en gezonde individuen. Naast het feit dat deze test over een hoge sensitiviteit beschikt en dus gebruikt kan worden als diagnostische tool in de diagnose voor FSHD, kan het ook onderscheid maken in de ernst van het beloop in de aangedane FSHD-patiënten. Op deze manier kan dus snel en efficiënt de hypomethylatie gemeten worden voor de diagnose van FSHD.

Klinisch / Quality of Life

What's in a name? The clinical features of facioscapulohumeral muscular dystrophy.

Facioscapulohumerale spierdystrofie (FSHD) is een overdraagbare en progressieve spierziekte. Belangrijke symptomen bij deze spierziekten zijn zwakte in het aangezicht, schouder en bovenste armspieren, evenals de romp en beenspieren. Doordat er grote verschillen bestaan in de ernst en het ziekteverloop tussen de vroege en de milde vorm van FSHD, kan de ziekte soms moeilijk te herkennen zijn. Daarvoor is het van belang om kennis te hebben van de symptomen welke leiden tot de correcte diagnose zonder enige vertraging en meerderde diagnostische procedures. Mul et al. van de Radboud universiteit geven daarvoor een overzicht van deze aanwijzingen en symptomen, waardoor eerdere en correcte diagnoses bij FSHD-patiënten gesteld kunnen worden. Kort beschreven is er in het begin spierzwakte in het aangezicht (vooral rond de ogen en de mond, veranderde gezichtsexpressie: lees arrogant, chagrijnig bevonden worden, moeilijkheden met fluiten en ogen dicht krijgen met slapen) en schoudergordels (schouderpijn en moeilijkheden met werken boven schouderhoogte), en romp (balansverlies, moeilijkheden met bewegingen) en later spierzwakte in de voetheffers en bovenste beenspieren (vallen en moeilijkheden met traplopen of opstaan uit een stoel).

Electrical impedance myography in facioscapulohumeral muscular dystrophy.

Statland et al. van de universiteit van Rochester Universitair Medisch Centrum hebben de betrouwbaarheid en validiteit (geldigheid) bepaald van de elektrische impedantiemeting in FSHD. Daarvoor werd een prospectieve studieopzet opgesteld, waarbij 16 ledematenspieren en rompspieren werden onderzocht in 35 genetisch en klinisch aangedane FSHD-patiënten. De onderzoekspopulatie bestond voornamelijk uit mannen, gemiddeld 53 jaar oud, waarbij een volledige range van ernst aanwezig was. Zowel de ledematenspieren als de rompspieren lieten een goede betrouwbaarheid zien, waarmee aangetoond kon worden dat de elektrische impedantiemeting bij FSHD-patiënten als betrouwbare meting gebruikt kan worden voor het bepalen en evalueren van de spiersamenstelling in deze mensen. De relevantie hierbij is dat deze vorm van meting gebruikt kan worden als een mogelijke uitkomstmaat voor de progressie van de spierschade in FSHD-patiënten.

“Het zit in MEI Challenge”

Met de “Het zit in MEI Challenge” roepen we iedereen in Nederland op in actie te komen in de maand mei. Iedereen kan een persoonlijke... Lees meer

De FSHD Stichting bestaat 20 jaar

Een beetje geschiedenis Wie had kunnen denken dat toen Renée en ik in 1997 de FSHD Stichting oprichtten, dat wij 20 jaar later nog steeds actief... Lees meer

ZONDER REGISTRATIE
GEEN MEDICIJN

Registreer u hier