Facioscapulohumerale dystrofie (FSHD) wordt veroorzaakt doordat het DUX4 eiwit – welke toxisch is voor de spiercel – niet genoeg geremd kan worden bij een patiënt met FSHD. Het DUX4 gen – welke zich bevindt op het uiteinde van chromosoom 4 – wordt normaliter sterk onderdrukt, doordat het DNA opgerold is en geremd. Bij FSHD schiet dit remmingsmechanisme te kort en komt het DUX4 gen ongewild aan te staan in de spiercellen. Het aan staan van het DUX4 gen in de spiercel zorgt voor de aanmaak van het DUX4 eiwit, welke vele processen ontregelt en zoal zorgt voor celdood, de remming van de regeneratie van spiercellen, een immuunreactie en oxidatieve stress in de spiercel. Deze processen tezamen zorgen voor verzwakking van de spieren.

Momenteel is er een aantal factoren bekend welke zorgen voor de onvoldoende remming van het DUX4 gen. Zo kan de lengte van het stuk DNA – waarin het DUX4 gen zit – een van deze factoren zijn: verkorting van dit stuk DNA kan zorgen dat het oprollen niet goed plaats kan vinden en dat er daardoor onvoldoende remming kan plaatsvinden. Een andere factor is een gebrek aan functioneel SMCHD1, welke normaal gesproken een belangrijke remmende rol speelt door het DNA rondom het DUX4 gen te voorzien van een remmend signaal, genoemd DNA-methylering.

Binnen FSHD zijn er twee typen bekend, te weten FSHD1 en FSHD2. Beide typen zijn hetzelfde qua symptomen en worden beide veroorzaakt doordat DUX4 niet genoeg geremd kan worden. Het verschil zit echter in de manier waarop dit tekort aan remming van DUX4 ontstaat: Bij FSHD1 is het stuk DNA waar DUX4 in zit verkort, met als resultaat dat de oprolling en inpakking niet voldoende kan plaatvinden, leidend tot onvoldoende remming van DUX4. Bij FSHD2 is het desbetreffende stuk DNA niet perse verkort, maar is er een tekort aan een andere benodigde remmende factor, namelijk SMCHD1. FSHD1 komt ongeveer 20 keer vaker voor dan FSHD2, maar combinatievormen zijn ook mogelijk. FSHD kan ontstaan door overerving van de genetische defecten of door spontane mutaties in een nieuwe generatie. De kans op overerving van het genetische defect van FSHD1 is 50% in het geval van één gezonde ouder en één ouder met FSHD. De kans op overerving van FSHD2 is echter complexer en wordt momenteel geschat tussen 25% en 50%. Omdat de overerving van FSHD per situatie kan verschillen wordt aangeraden voor uw vragen naar een centrum voor erfelijkheidsadvisering te gaan.

Een belangrijk aspect van FSHD is dat de ziekte niet puur door de genetische achtergrond lijkt te ontstaan. Dit blijkt uit dat mensen met dezelfde genetische FSHD defecten zeer verschillende niveaus van spierverzwakking kunnen ondervinden. De kans dat, en de mate waarin men FSHD ontwikkelt hangt dus niet alleen af van welk DNA men heeft (genetica), maar ook hoe dit DNA wordt afgelezen (epigenetica).

Koen van der Waaij

 

  • Kahali

    FSHD gaat
    over mensen 

  • Sies

    FSHD is het 
    beste halen uit

    de dingen die
    je nog wel kan 

  • Vrielink

    FSHD is leven
    met pijn en
    vermoeidheid 

  • Bovens

    FSHD gaat
    over verlies

  • Gielesen

    FSHD gaat
    over je schuldig
    voelen 

  • Bilsen

    FSHD komt
    voor bij alle
    rassen en alle
    leeftijden

  • Weggemans

    Vandaag gaat
    FSHD over
    hoop op therapie

Tijd voor Max

7 februari 2017 – 17.10 uur – NPO 1 Op dinsdag 7 februari staat Tijd voor MAX vanaf 17.10 uur op NPO 1 volledig in het... Lees meer

Stoppen met werken

STOPPEN MET WERKEN Doorgaan tot je pensioen of vertrekken op ’n hoogtepunt? Je bent goed in je werk, hebt een droombaan, de prijzenkast puilt uit. En toch... Lees meer

ZONDER REGISTRATIE
GEEN MEDICIJN

Registreer u hier